VAN INGEN Joannes

VAN INGEN Joannes

Mannelijk 1741 - 1807  (~ 65 jaar)

 

«Vorige «1 ... 10 11 12 13 14 15 16 17 18 ... 19» Volgende»     » Dia voorstelling

Bezig...





Kapers op de Maas

Het zal je maar overkomen. Na een gezellig maar vermoeiend dagje vissen met de vrienden even van het leven genieten en je bootje lekker laten dobberen op een stukje rustig water. Voor het geval er nog visjes rondzwemmen is er nog een visnetje te water gelaten - men weet het maar nooit. Ter elfder ure zit men gezamenlijk gezellig te keuvelen en te genieten van een pijpje tabak, als daar een boot aankomt met vier gasten van wie er één in het bezit is van een vuurwapen. Na een aantal vragen betreffende het visnet wordt de hele boot, inclusief net, geconfisqueerd. Terloops krijgen de vier mannen hulp van buitenaf, eveneens gewapend met een vuurwapen, en wordt de hele handel weggesleept naar Heerewaarden. Omdat je bang bent dat het visnet, dat de nodige duiten gekost heeft, in de vernieling gaat, vraag je vriendelijk om het op te hangen zodat het kan drogen. Dit wordt dan vriendelijk toegezegd en achteraf blijkt dit niet te gebeuren. Om niet met lege handen thuis te komen doe je een poging om het beetje vis waarvoor je zoveel moeite hebt gedaan mee naar huis te mogen nemen. Natuurlijk mag dat, maar de vis ligt achter slot en grendel en de sleutel krijg je niet. Dat het voor Joannes en zijn vrienden balen was na zo’n dagje varen moge duidelijk zijn. Dat dit verhaal niet verzonnen is, blijkt wel uit de aantekeningen in de Rechterlijke archieven van Lith, waar het volgende te lezen is:


10-06-1786

Compareerde op heeden den tiende junij 1700 ses en taggentig, voor de ondergeteekende Drossard en scheepenen der Heerlijkheid Lith [doorhaling] Jan Coppelaar, oud circa agt en seventig jaaren, Peeter Schuijlenborg oud circa twee en veertig jaaren, Jan van Maaren, oud circa negentien jaaren, alle woonagtig binnen deeze voorn: Heerlijkheid, en staande alle ten goeder naam, dat zij zijn brave eerlijke lieden, welke comparanten verklaarden, en wel ter instantie en requisitie van Johannes van Ingen meede woonagtig alhier, waar ende waaragtig te zijn, dat zij comparanten op den eersten junij dezes jaars, als meede makkers van den Requirant ten desen van hier hebben gevist in de Maas, tot aan het Voorense Gadt, voorts daar in zijn gevaaren, om te rusten met haar vaartuijg, en de daar in leggende zeegen [doorhaling] zijn gaan leggen, tegen het vaste land jurisdictie van Dreumel, en aldaar hebben sitten toeback rooken, dat circa des
[nieuwe pagina] avonds de klocke elf uuren, in een aack bij haar zijn gekoomen zoo zij vermeijnen [doorhaling] vier persoonen te zijn, als namentlijk den Boode van Herewaarden, genaamt de Roos, Giele van Waarde, de knegt van Hendrick van der Sand, kunnende de vierde bij haar niet kennelijck worden, onder welcke een die en snaphaan bij hem had;
Dat vervolgens door den voor: Bode is gevraagt off dat de zeegen van Johannis van Ingen was, en off hij er niet bij was, want gij liede zijde hij vist tog samen, zijne hand op de visaack en zeegen gelegt hebbende zijde hij voorn: Boode, woordelijk, ik arresteer den aack en de zeegen, voor Hendrick van der Sande, en Robbert Seepers, dat zij comparanten door de Boode met zij bij hebbende manschappen op die plaatz zijn gehouden, den tijd van circa een half uur, de comparanten hebben versogt om niet langer in de koude gehouden maar getransporteert te worden, door haar is gezien eenige manschappen komende van de kant van voorn: Dam, waar onder bij haar bekent waare [nieuwe pagina] Jan Florisse, de zoon van Geurt Meurs dragende een snaphaan, alle welke manschappen in de vaartuijgen zijn ingegaan en gesaamentlijk naar Heerewaarden gevaren.
Te Heerewaarden gekomen zijnde, is door een der comparanten versogt, dat de zeegen nat zijnde mogt opgehangen worden, het geen door Robbert Zepers wierd belooft, zijnde den aack aan de ketting vastgeslooten, mitsgaders meede versogt, dat de comparant mog worden gepermitteert, aan een klijn sootje vis, dat in de beun sat te mogen mede nemen, het geen eenparig mede wierd geaccordeert, des anderen daags s’morgens circa de klocke vier uuren, heeft den comparant Peter Schuijlenburg, zig vervoegt bij meer gen: Boode nog te Bed leggende, en ten bij zijn van seekere Floor genaamt, aan de Roos versogt, om de sleutel van de beun, ten eijnde het sootje vis daaruid te nemen dog gewijgert, seggende het is gelijck gearresteert,
Dat zij comparanten naukeurig ondersoek hebben gedaan off de zeegen was opgehangen, dog tot haar leetweezen vernoomen, dat de zelven de geheelen nagt op elkander tot importante schade nat was blijven leggen, [nieuwe pagina] eijndelijk op gedaane instanties door den tweede comparant Gerit Coppelaars door zijne mede hulp circa de klocke half ses uuren is opgehangen geworden;
Dat zij comparanten met sekerheid zijn onderrigt, dan den aack gesonken legt het geen den tweden comparant uidden mont van den arrestant Robbert Sepers heeft vernoomen;
Eijndigende zij comparanten hier mede haare opregte en sinsere verklaringe, en hebben naar duijdelijke prelecture daar bij gepersisteert, gevende voor redenen van welwetentheid, alle het geen voors. nog vers in het geheugen te zijn, en hebben ter bekragtiging van dien, den eed hier op afgelegt, in handen van De Heer Pieter Benjamin Papo Drossard, met de woorden zoo waarlijck magt hun God Almagtig helpen ten oversaan van Bartholomeus Pijll
en Dit is + t merk van Peter Schuijlenberg verklaart niet te kunnen schryven
Dit is + t merk van Geert Coppelaars verklaart niet te kunnen schryven
Dit is + t merk van Jan van Maren verklaart niet te kunnen schryven
Testis P:HvFenema
P:B:Papo
J.V.Heck
PHv.Fenema


Eigenaar/BronRA Lith 99, f. 50v-52
BestandsnaamKapers op de Maas.jpg
Bestandgrootte510.69k
Dimensies604 x 3800
Verbonden metVAN INGEN Joannes

«Vorige «1 ... 10 11 12 13 14 15 16 17 18 ... 19» Volgende»     » Dia voorstelling