| Documenten |
 | Geboorte Theodorus van Orsouw In het jaar een duizend acht honderd zeven en zeventig, den vier en twintigsten der maand Februarij is voor ons Theodorus Arnoldus Wolters Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Heesch provincie Noordbrabant verschenen: Wilhelmus van Orsouw oud zes en dertig jaren, van beroep arbeider wonende te Heesch die verklaarde aangifte te doen, dat zijne huisvrouw Petronella van der Leest oud twee en dertig jaren, zonder beroep wonende te Heesch op den vier en twintigsten der maand Februarij een duizend acht honderd zeven en zeventig, om half drie ure des morgens in hunne woning staande aan het Kerkeind alhier bevallen is van een kind van het mannelijk geslacht, aan welk kind word gegeven de voornaam van Theodorus Deze aangifte is gedaan in tegenwoordigheid van Hendrikus van de Hulsbeek oud vijf en vijftig jaren van beroep schoenmaker en Martinus Baaijens oud drie en dertig jaren, van beroep hoefsmidsknecht beiden wonende binnen deze gemeente. En hebben wij hiervan opgemaakt deze akte, die, na aan den verschenen persoon en de getuigen te zijn voorgelezen, geteekend is door ons door den comparant en door de getuigen. |
 | Overlijden Theodurus van Orsouw In het jaar een duizend acht honderd zeven en zeventig, den drie en twintigsten der maand Julij zijn voor ons Theodorus Arnoldus Wolters Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Heesch provincie Noordbrabant, verschenen : Willem Baars oud zes en zestig jaren, van beroep timmerman wonende te Heesch en Hendrikus van de Hulsbeek oud vijf en dertig jaren, van beroep hoefsmid wonende te Heesch geen bloedverwant van de overledene, die verklaarden aangifte te doen, dat op den drie en twintigsten der maand Julij een duizend acht honderd zeven en zeventig, om vijf ure, des morgens binnen deze gemeente overleden is Theodorus van Orsouw oud vijf maanden, zonder beroep wonende te Heesch geboren te Heesch, Zoon van Willem van Orsouw van beroep arbeider en van Petronella van der Leest zonder beroep, beiden te Heesch woonachtig
En hebben wij hiervan opgemaakt deze acte, die, na aan de verschenen personen te zijn voorgelezen, geteekend is door ons en de comparanten |