| Foto's |
 | De Ossche misdadigersbende voor het gerecht.
Diefstal met geweldpleging te Geffen.
Johannes Wilhelmus Lagarde, geboren te Berghem, 17 Maart 1903, arbeider, wonende te Oss, thans gedetineerd te 's Hertogenbosch heeft zich te verantwoorden terzake van het feit, dat hij in de avond van 15 Januari 1929 of daaromtrent te Geffen tezamen en in vereeniging met een of meer anderen in een woning van Lambertus Smulders met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldsbedrag van twintig gulden of daaromtrent — althans eenig geld — toebehoorende aan dien Smulders — althans aan een ander dan aan hem, verdachte, of zijn deelgenooten, — zulks terwijl zij dien diefstal deden voorafgaan en vergezeld gaan door geweld tegen dezen Smulders en zijn echtgenoote, bestaande in het hen gewelddadig vastgrijpen, vast houden en slaan en hem op den grond werpen en door bedreiging met geweld bestaande in het hen een revolver voor houden daarbij roepende „je geld of je leven", althans dergelijke woorden, gepleegd met het oogmerk dien diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken. Verdachte volhardt bij de bekentenis welke hij voor den rechter-commissaris heeft afgelegd. Met Van Berne en Van Orsouw is hij naar Geffen gegaan. Bij den overval waren allen gemaskerd.
De president: Je had een knuppel bij je, hé?
Verdachte wijst: Zoo'n stukje.
De president: Dus gewoon een stukje hout, maar dat nam je toch niet met vredelievende bedoelingen mee? Hoe heb je de menschen in bedwang gehouden?
Verdachte: Ik ben er voor gaan staan.
President: Dus niet vastgebonden of geslagen.
Verdachte: Neen. Het blijkt verder, dat een der anderen Smulders wel heeft vastgebonden, wie, dat weet hij niet. Het masker had verd. van de anderen gekregen.
President: Heb je niet gezien dat er met een revolver gedreigd is.
Verdachte: Ik heb geen revolver gezien.
President: En met dat stuk hout heb je niets gedaan?
Verdachte: Absoluut heelemaal niets!
De 75-jarige landbouwer L. Smulders te Geffen, als getuige gehoord, deelt mede, dat er den bewusten avond op het raam geklopt was. Toen hij vroeg wie er was, werd er gezegd dat het zijn zwager Egelmeer was. Hij moest maar eens opendoen. Hij heeft dat gedaan en toen kwamen er drie gemaskerde mannen binnen.
President: Had de voorste een stok bij zich? Getuige bevestigt dat.
President: Hij heeft je boven op je hoofd geslagen?
Getuige: Neen, mij heeft hij omgeworpen. Hij heeft mijn vrouw geslagen. Uit het verdere verhoor vernemen we nog, dat getuige een der mannen met een pook heeft geslagen. Een der mannen bleef bij hem staan, maar hij deed niets. Zijn vrouw hoorde hij oa.. zeggen: We zullen je wat geld geven, laat ons dan met rust. Later heeft hij geconstateerd, dat er drie portemonnaies weg waren, die op de beddeplank hadden gelegen. Er zat ongeveer ƒ 20 in. Elisabeth Egelmeer, echtgenoote van den vorigen getuige verhaalt hoe het den bewusten avond gegaan was. De man die het eerst binnen kwam had een stuk hout bij zich. Hij sloeg haar daarmee. Dezelfde man heeft haar echtgenoot op den grond gegooid. Deze nam daarop de pook en sloeg daarmee in het rond. Later had, naar zij meende, dezelfde man iets in de hand dat op een revolver leek. Hij zeide: je moet je mond houden. Dat er gezegd is: „je geld of je leven" dat heeft ze niet gehoord.
Verdachte noemt het verzinsels. Hij heeft geen revolver gehad.
Getuige: Zooals ik het gezegd heb, zoo is het. Overigens deelt zij mede, dat de portemonnaies verdwenen zijn. J. van Berne (Koosje) wordt vervolgens als getuige gehoord. Hij weet niet meer precies wanneer hij den overval in Geffen heeft gepleegd.
President: Je bent er toch maar eens geweest? Getuige bevestigt dat. Hij deelt o.a. mede, dat van Orsouw op het raam had geklopt. Uit zijn verdere verklaringen teekenen we op, dat hij een stok bij zich had; Lagarde had er geen; voorts dat getuige den man op den grond heeft gegooid en dat hij de bedstee had doorgezocht. Hij vond niets, maar nadien kwam van Orsouw met drie portemonnaies uit de slaapkamer. Getuige deelt mede, dat Lagarde eerst niet mee wou, toen spr. bleef aanhouden, ging hij mee.
President: Waarom wou je hem mee hebben?
Getuige: Omdat het veiliger was met drieën dan met tweeën. Op een vraag van den verdediger verklaart hij nog, dat hij niet gezien heeft, dat iemand een revolver had. De officier acht het ten laste gelegde bewezen en eischt drie jaar gevangenisstraf met aftrek van voorarrest. De verdediger Mr. Pulles uit Oss wijst er op, dat zijn cliënt zich heeft laten bepraten om mee te gaan. Het is niet goed te praten, maar wel te begrijpen, als men bedenkt dat de man werkloos was en er een glaasje bier gedronken was. Uit vrijen wil heeft de man nu zeven jaar goed opgepast. Zijn superieuren zijn vol lof over hem. Het is een typisch gevolg van werkloosheid. De man toonde berouw en heeft Smulders het gestolene vergoed. Hij staat gunstig bekend. PI. verzoekt voorwaardelijke veroordeeling desnoods voor een deel van den straftijd. Inspecteur Van Kempen bevestigt, dat verdachte niet ongunstig bekend staat. Het is een der zwakkelingen. De laatste jaren gaat het heel goed. De directeur van de fabriek waar hij werkt heeft hem vorige week nog verklaard, dat het buitengewoon goed gaat. Uitspraak over 14 dagen. Te half twee wordt de zitting geschorst tot half drie.
Uitspraak
J. W. Lagarde 1892 Roofoverval Geffen 2,5 jaar
|