| Documenten |
 | Geboorte Jacobus van Orsouw In het jaar achttien honderd drie en negentig, den vijftienden der maand Julij, is voor ons Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Berghem, provincie Noordbrabant, verschenen: Gerardus van Orsouw oud drie en dertig jaren, van beroep arbeider wonende te Berghem, die verklaarde aangifte te doen, dat zijne echtgenoote Regina Brands zonder beroep wonende te Berghem op den vijftienden der maand Julij achttien honderd drie en negentig, om zeven uur des morgens, in het huis wijk B nummer honderd zeven en zeventig bevallen is van een kind van het mannelijk geslacht, aan welk kind wordt gegeven de voornaam van Jacobus Deze aangifte is gedaan in tegenwoordigheid van Leonardus Henricus Coolen oud drie en vijftig jaren, beroep secretaris en Johannes Hendricus Coolen oud drie en veertig jaren, van beroep klerk beiden wonende binnen deze gemeente. En hebben wij hiervan opgemaakt, deze akte, die na aan den verschenen persoon en de getuigen te zijn voorgelezen, geteekend is door ons met hen Gerardus v Orsouw L.H. Coolen J.H. Coolen De Ambtenaar van den Burgerlijken Stand voornoemd. |
 | Huwelijk Jacobus van Orsouw - Cornelia Maria van der sloot Heden den twaalfden Mei negentienhonderd zeventien, zijn voor mij Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente B E R G H E M, in het openbaar, in het gemeentehuis, verschenen, ten einde een huwelijk aan te gaan: Jacobus van Orsouw oud drie en twintig jaren, geboren te Berghem van beroep klompenmaker wonende te Berghem meerderjarige zoon van de echtelieden Gerardus van Orsouw klompenmaker, oud zeven en vijftig jaren en Regina Brands, zonder beroep, oud een en zestig jaren, beiden wonende alhier en Cornelia Maria van der Sloot oud een en twintig jaren, geboren te Berghem zonder beroep wonende te Berghem meerderjarige dochter van de echtelieden Jan Francis van der Sloot, landbouwer, oud acht en veertig jaren en Wouterina Wilhelmina van Boeijmen zonder beroep, oud vier en veertig jaren beiden wonende alhier De afkondiging tot dit huwelijk heeft zonder stuiting plaats gehad alhier op Zaterdag den acht en twintigsten April negentienhonderd zeventien. De ouders van den Bruidegom en die der bruid verklaren toe te stemmen tot de voltrekking van het huwelijk. Verder hebben zij aan mij overgelegd de stukken hierna genoemd, zijnde: De geboorteakte van ieder der aanstaande echtgenooten. Ik heb bruidegom en bruid afgevraagd, of zij elkander aannemen tot echtgenooten en getrouwelijk alle plichten zullen vervullen, welke door de wet aan den huwelijken staat zijn verbonden. Nadat deze vragen door hen bevestigend beantwoord werden, heb ik, in naam der wet uitspraak gedaan, dat zij door het huwelijk aan elkander zijn verbonden. Als getuigen waren tegenwoordig: Wilhelmus van Boxtel oud vijf en dertig jaren, meubelmaker, wonende alhier Roelof Megens oud een en veertig jaren, landbouwer, wonende alhier De moeder van de bruid en van den bruidegom verklaren wegens ongeletterdheid niet te kunnen schrijven. Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen. |