| Documenten |
 | Geboorte Johannes van Ingen In het jaar een duizend acht honderd en twintig, den negentienden der maand November te elf ure des avonds compareerde voor ons Burgemeester, beambte van den burgerlijken stand der gemeente van Lith provincie Noord-Braband, Mathijs van Ingen van beroep visscher, oud zes en twintig jaren, wonende te Lith, welke ons heeft vertoond en kind van het manlijk geslacht, geboren op zondag den negentiende der maand september duizend acht honderd en twintig te negen ure des avonds; van Mathijs van Ingen van beroep visscher oud zes en twintig jaren, wonende te Lith en van Maria van Woezik zijne huisvrouw, oud twee en dertig jaren, mede wonende te lith en aan hetwelk hij verklaard heeft te geven den voornaam van Johannes.
Welke verklaring en presentatie zijn geschied in bijwezen van Geert van Sonsbeek van beroep landbouwer oud negen en twintig jaren, en van Piet van Sonsbeek van beroep landbouwer oud negen en twintig jaren, beide alhier woonachtig; en hebben de comparanten, na dat hun deze acte voorlzezing is gedaan, met ons geteekend. Mathijs van Ingen heeft niet getekend uit hoofde hij verklaarde niet te kunnen schrijven.
|
 | Overlijden Johannes van Ingen Het jaar een duizend acht honderd een-en-dertig, den twee en twintigste der maand Februarij om elf ure des morgens verscheen voor mij Burgemeester, beambte van den Burgerlijken Stand, der gemente Lith provincie Noord-Braband, mathijs van Ingen van beroep visscher oud vijf en dertig jaren, vader van den overledenen, en Johannes Sonsbeek van beroep landbouwer oud dertig jaren, nabuur van den overledene, beide wonende binnen deze gemeente, welke ons verklaard hebben dat Johannes van IngenN van beroep zonder, oud negen jaren, geboren
deze gemeente, welke ons verklaard hebben dat Johannes van Ingen van beroep zonder, oud negen jaren, geboren te Lith provincie Noord-Braband wonende te Lith Wijk D, no. 223, zoon van Mathijs van Ingen van beroep visscher wonende te Lith en van Maria van Woesik [doorhaling] is overleden binnen deze gemeente op dingsdag den twee en twintigsten der maand Februarij laatstleden om negen ure des morgens; en hebben, nadat aan de comparanten van deze akte voorlezing is gedaan, dezelve met ons geteekend uitgenomen Mathijs van Ingen welke niet heeft geteekend uit hoofde hij verklaarde niet te kunnen schrijven. |